Informasie oor die woord insulta

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Afbrekingin·sult·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefinsultainsultaj
Akkusatiefinsultaninsultajn

Vertalinge

Afrikaansbeledigend
Duitsausfallend; beledigend; beschimpfend; Schimpf‐
Engelsabusive; insulting; offensive; rough; costumelious
Nederlandsbeledigend; smadelijk
Turksağır