Informatie over het woord uitblussen (Nederlands → Esperanto: estingi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) blus uit(ik) bluste uit
(jij) blust uit(jij) bluste uit
(hij) blust uit(hij) bluste uit
(wij) blussen uit(wij) blusten uit
(gij) blust uit(gij) blustet uit
(zij) blussen uit(zij) blusten uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitblusse(dat ik) uitbluste
(dat jij) uitblusse(dat jij) uitbluste
(dat hij) uitblusse(dat hij) uitbluste
(dat wij) uitblussen(dat wij) uitblusten
(dat gij) uitblusset(dat gij) uitblustet
(dat zij) uitblussen(dat zij) uitblusten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
blus uitblust uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitblussend, uitblussende(hebben) uitgeblust

Vertalingen

Afrikaansblus; doodmaak
Catalaansapagar; extingir
Deensslukke; udslukke
Duitsauslöschen; ausmachen; dämpfen; löschen
Engelsextinguish; put out
Engels (Oudengels)acwencan; adwæscan
Esperantoestingi
Faeröerssløkkja
Finssammuttaa
Franséteindre
Hawaiaanshoʻopio
Italiaansspegnere; spengere
Jiddischאױסלעשן
Portugeesapagar; extinguir
Russischгасить
Saterfriesdämpe; uutläskje
Spaansapagar; extinguir
Thaisดับไฟ
Westerlauwers Friesdôvje; dwêste