Informatie over het woord uiten (Nederlands → Esperanto: esprimi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tə(n)/
Afbrekingui·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) uit(ik) uitte
(jij) uit(jij) uitte
(hij) uit(hij) uitte
(wij) uiten(wij) uitten
(gij) uit(gij) uittet
(zij) uiten(zij) uitten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uite(dat ik) uitte
(dat jij) uite(dat jij) uitte
(dat hij) uite(dat hij) uitte
(dat wij) uiten(dat wij) uitten
(dat gij) uitet(dat gij) uittet
(dat zij) uiten(dat zij) uitten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
uituit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitend, uitende(hebben) geuit

Voorbeelden van gebruik

De Italiaanse ex‐premier Silvio Berlusconi heeft zondag forse kritiek geuit op het besluit van premier Mario Monti om mee te doen aan de verkiezingen.

Vertalingen

Afrikaansuitdruk
Catalaansexpressar
Duitsausdrücken; zum Ausdruck bringen
Engelsexpress
Esperantoesprimi
Faeröersorða; siga
Finsilmaista
Fransexprimer; représenter
Italiaansesprimere
Papiamentsekspresá
Poolswyrazić; wyrażać
Portugeesexpressar; exprimir
Russischвыражать
Saterfriesuutdrukke
Spaansenunciar; expresar
Thaisแสดง
Tsjechischvyjádřit; vyslovit
Zweedsuttrycka