Informatie over het woord uitzoeken (Nederlands → Esperanto: esplori)

Uitspraak/ˈœʏ̯tsukə(n)/
Afbrekinguit·zoe·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zoek uit(ik) zocht uit
(jij) zoekt uit(jij) zocht uit
(hij) zoekt uit(hij) zocht uit
(wij) zoeken uit(wij) zochten uit
(gij) zoekt uit(gij) zocht uit
(zij) zoeken uit(zij) zochten uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitzoeke(dat ik) uitzochte
(dat jij) uitzoeke(dat jij) uitzochte
(dat hij) uitzoeke(dat hij) uitzochte
(dat wij) uitzoeken(dat wij) uitzochten
(dat gij) uitzoeket(dat gij) uitzochtet
(dat zij) uitzoeken(dat zij) uitzochten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zoek uitzoekt uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitzoekend, uitzoekende(hebben) uitgezocht

Voorbeelden van gebruik

U kunt beter eerst uitzoeken van wie deze heuvel is.

Vertalingen

Afrikaansondersoék; verken
Catalaansexaminar; explorar; indagar
Deensundersøge
Duitsausforschen; erforschen; forschen; unterforschen; untersuchen
Engelsexamine; explore; investigate; prospect; research; study; survey; check out
Esperantoesplori
Faeröerskanna; rannsaka
Finstutkia
Fransexaminer; explorer; fouiller; rechercher; reconnaître
Papiamentsaberiguá; investigá
Portugeesbuscar; escavar; explorar; investigar; pesquisar
Roemeenscerceta; explora
Saterfriesfoarskje; unnersäike; uutfoarskje
Spaansexaminar; explorar
Tsjechischprohlížet; prozkoumat; zkoumat
Turksaraştırmak