Informatie over het woord nagaan (Nederlands → Esperanto: esplori)

Uitspraak/ˈnaɣan/
Afbrekingna·gaan
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) ga na(ik) ging na
(jij) gaat na(jij) ging na
(hij) gaat na(hij) ging na
(wij) gaan na(wij) gingen na
(gij) gaat na(gij) gingt na
(zij) gaan na(zij) gingen na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) naga(dat ik) naginge
(dat jij) naga(dat jij) naginge
(dat hij) naga(dat hij) naginge
(dat wij) nagaan(dat wij) nagingen
(dat gij) nagaat(dat gij) naginget
(dat zij) nagaan(dat zij) nagingen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
ga nagaat na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nagaand, nagaande(hebben/zijn) nagegaan

Voorbeelden van gebruik

Je moet voor mij het een en ander nagaan over een jonge vrouw.
Het zou u niet veel moeite kosten een en ander na te gaan.
We zullen nu nagaan onder welke omstandigheden dit vermogen maximaal is.

Vertalingen

Afrikaansondersoék; verken
Catalaansexaminar; explorar; indagar
Deensundersøge
Duitsausforschen; erforschen; forschen; unterforschen; untersuchen
Engelscheck out
Esperantoesplori
Faeröerskanna; rannsaka
Finstutkia
Fransexaminer; explorer; fouiller; rechercher; reconnaître
Papiamentsaberiguá; investigá
Portugeesbuscar; escavar; explorar; investigar; pesquisar
Roemeenscerceta; explora
Saterfriesfoarskje; unnersäike; uutfoarskje
Spaansexaminar; explorar
Tsjechischprohlížet; prozkoumat; zkoumat
Turksaraştırmak