Informatie over het woord inciti

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingin·cit·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdincitas
Verleden tijdincitis
Toekomende tijdincitos
 
Voorwaardelijke wijs
incitus
 
Gebiedende wijs
incitu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdincitantaincitata
Verleden tijdincitintaincitita
Toekomende tijdincitontaincitota

Vertalingen

Catalaansincitar
Deenstirre
Duitsanreizen; anstacheln; anstiften; antreiben; aufhetzen; aufreizen; aufstacheln; erregen; reizen; treiben
Engelsarouse; excite; incite; irritate; provoke; rouse; stimulate; stir up; poke
Faeröersarga; øsa
Finsärsyttää
Fransagacer; irriter
Italiaansincitare; spronare
Nederlandsaanstoken; irriteren; ophitsen; op stang jagen; prikkelen; sarren; opstoken; opjutten
Portugeesconcitar; incitar; provocar
Roemeensațâța; incita; provoca; stimula
Saterfriesanraitsje; aphisje; raitsje; taargje
Spaansacuciar; incitar
Turksalevlendirmek
Westerlauwers Friesoanhysje; oansjasje