Informatie over het woord inrijden (Nederlands → Esperanto: erodi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɪnrɛɪ̯də(n)/, /ˈɪnrɛɪ̯jə(n)/
Afbrekingin·rij·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) rij in, rijd in(ik) reed in
(jij) rijdt in(jij) reed in
(hij) rijdt in(hij) reed in
(wij) rijden in(wij) reden in
(gij) rijdt in(gij) reedt in
(zij) rijden in(zij) reden in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) inrijde(dat ik) inrede
(dat jij) inrijde(dat jij) inrede
(dat hij) inrijde(dat hij) inrede
(dat wij) inrijden(dat wij) inreden
(dat gij) inrijdet(dat gij) inredet
(dat zij) inrijden(dat zij) inreden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
rij in, rijd inrijdt in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inrijdend, inrijdende(hebben) ingereden

Vertalingen

Duitsverschleißen; abnutzen; abgreifen
Engelsrun in
Esperantoerodi
Fransroder; user
Portugeesdesgastar; esmerilar