Information about the word insluiten (Dutch → Esperanto: enŝlosi)

Pronunciation/ˈɪnslœʏ̯tə(n)/
Hyphenationin·slui·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) sluit in(ik) sloot in
(jij) sluit in(jij) sloot in
(hij) sluit in(hij) sloot in
(wij) sluiten in(wij) sloten in
(gij) sluit in(gij) sloot in
(zij) sluiten in(zij) sloten in
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) insluite(dat ik) inslote
(dat jij) insluite(dat jij) inslote
(dat hij) insluite(dat hij) inslote
(dat wij) insluiten(dat wij) insloten
(dat gij) insluitet(dat gij) inslotet
(dat zij) insluiten(dat zij) insloten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
sluit insluit in
Participles
Present participlePast participle
insluitend, insluitende(hebben) ingesloten

Translations

Englishlock up
Esperantoenŝlosi
Frenchserrer
Portugueseencarcerar; pôr sob chave