Informo pri la vorto inschenken (nederlanda → esperanto: enverŝi)

Prononco/ˈɪnsxɛŋkə(n)/
Dividoin·schen·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) schenk in(ik) schonk in
(jij) schenkt in(jij) schonk in
(hij) schenkt in(hij) schonk in
(wij) schenken in(wij) schonken in
(gij) schenkt in(gij) schonkt in
(zij) schenken in(zij) schonken in
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) inschenke(dat ik) inschonke
(dat jij) inschenke(dat jij) inschonke
(dat hij) inschenke(dat hij) inschonke
(dat wij) inschenken(dat wij) inschonken
(dat gij) inschenket(dat gij) inschonket
(dat zij) inschenken(dat zij) inschonken
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
schenk inschenkt in
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
inschenkend, inschenkende(hebben) ingeschonken

Uzekzemploj

Kan ik u nog wat wijn inschenken?
Larry schonk haar een whisky in.
Terwijl hij voor mij een bakje koffie inschonk, nam ik de rest van de kamer eens op.
Schenk een borrel in.
Wat mag ik voor jullie inschenken?

Tradukoj

anglapour in
esperantoenverŝi
germanaeinschenken
hispanaverter
saterlanda frizonaounjoote; ounschoanke; ounskoanke