Informatie over het woord prove (Engels → Esperanto: pruvi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/pɹuːv/
Afbrekingprove

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) prove(I) proved
(thou) provest(thou) provedst
(he) proves, proveth(he) proved
(we) prove(we) proved
(you) prove(you) proved
(they) prove(they) proved
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) prove (I) proved
(thou) prove(thou) proved
(he) prove(he) proved
(we) prove(we) proved
(you) prove(you) proved
(they) prove(they) proved
Gebiedende wijs
prove
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
provingproved, proven

Voorbeelden van gebruik

I consider myself equal to the best, but I’d like to prove this belief, if only to myself.
I would like you to prove this.

Vertalingen

Catalaansdemostrar; provar
Deensbevise
Duitsbeweisen
Esperantopruvi
Finsnäyttää toteen
Fransdémontrer; prouver
Italiaansprovare
Jiddischפּרואװן
Latijnexperiri; probare
Maleismembuktikan
Nederlandsaantonen; bewijzen; waarmaken
Papiamentspreba; proba
Portugeesdemostrar; fazer prova de; provar
Saterfriesbegründje; bewiese
Spaansdemostrar; probar
Westerlauwers Friesbewize; oantoane
Zweedsbevisa