Informatie over het woord verpakken (Nederlands → Esperanto: enpaki)

Uitspraak/vərˈpɑkə(n)/
Afbrekingver·pak·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verpak(ik) verpakte
(jij) verpakt(jij) verpakte
(hij) verpakt(hij) verpakte
(wij) verpakken(wij) verpakten
(gij) verpakt(gij) verpaktet
(zij) verpakken(zij) verpakten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verpakke(dat ik) verpakte
(dat jij) verpakke(dat jij) verpakte
(dat hij) verpakke(dat hij) verpakte
(dat wij) verpakken(dat wij) verpakten
(dat gij) verpakket(dat gij) verpaktet
(dat zij) verpakken(dat zij) verpakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verpakverpakt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verpakkend, verpakkende(hebben) verpakt

Voorbeelden van gebruik

Ook werd er boter in verpakt.

Vertalingen

Afrikaanspak
Deensindpakke; pakke
Duitseinpacken; packen
Engelspack; package
Esperantoenpaki
Italiaansavvolgere
Papiamentsempaketá; paketá
Roemeensîmpacheta
Saterfriesienpakje; pakje
Spaansempacar; envolver
Tsjechischbalit; zabalit
Westerlauwers Friesynpakke