Informatie over het woord havi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekinghav·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdhavas
Verleden tijdhavis
Toekomende tijdhavos
 
Voorwaardelijke wijs
havus
 
Gebiedende wijs
havu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdhavantahavata
Verleden tijdhavintahavita
Toekomende tijdhavontahavota

Voorbeelden van gebruik

Li havis unu solan piedon, ĉar li estis fandita laste, kaj tiam ne restis sufiĉe da stano.
En la gregoria, islama kaj hebrea kalendaroj la semajno havas sep tagojn.
La komunumo havas surfacon de 298,51 kvadratkilometroj.

Vertalingen

Afrikaans
Berbersel; sɛu (ⴻⵍ??ⵙⵄⵓ)
Catalaanshaver; tenir
Deenshave
Duitsbesitzen; haben
Engelshave; have got
Engels (Oudengels)habban
Faeröershava
Finsomistaa
Fransavoir
IJslandshafa
Italiaansavere
Jiddischהאָבן
Latijnhabere
Luxemburgshunn
Maleisada
Nederlandshebben
Noorsha
Papiamentstin
Poolsmieć
Portugeester
Roemeensavea
Saterfriesbesitte; hääbe
Spaanshaber; poseer; tener
Srananabi
Swahili‐na
Thaisมี
Tsjechischmít
Westerlauwers Friesha; hawwe
Zweedsha; hava