Informatie over het woord uitschuiven (Nederlands → Esperanto: elŝovi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tsxœʏ̯və(n)/
Afbrekinguit·schui·ven

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schuif uit(ik) schoof uit
(jij) schuift uit(jij) schoof uit
(hij) schuift uit(hij) schoof uit
(wij) schuiven uit(wij) schoven uit
(gij) schuift uit(gij) schooft uit
(zij) schuiven uit(zij) schoven uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitschuive(dat ik) uitschove
(dat jij) uitschuive(dat jij) uitschove
(dat hij) uitschuive(dat hij) uitschove
(dat wij) uitschuiven(dat wij) uitschoven
(dat gij) uitschuivet(dat gij) uitschovet
(dat zij) uitschuiven(dat zij) uitschoven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schuif uitschuift uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitschuivend, uitschuivende(hebben) uitgeschoven

Voorbeelden van gebruik

Een van de helpers van Arglistig had intussen een walkie‐talkie uit zijn kist gehaald en schoof de antenne uit.

Vertalingen

Engelsstick out; thrust out
Esperantoelŝovi
Portugeesexpor empurrando
Spaansadelantar