Informo pri la vorto uithalen (nederlanda → esperanto: eltiri)

Prononco/ˈœʏ̯tɦalə(n)/
Dividouit·ha·len
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) haal uit(ik) haalde uit
(jij) haalt uit(jij) haalde uit
(hij) haalt uit(hij) haalde uit
(wij) halen uit(wij) haalden uit
(gij) haalt uit(gij) haaldet uit
(zij) halen uit(zij) haalden uit
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) uithale(dat ik) uithaalde
(dat jij) uithale(dat jij) uithaalde
(dat hij) uithale(dat hij) uithaalde
(dat wij) uithalen(dat wij) uithaalden
(dat gij) uithalet(dat gij) uithaaldet
(dat zij) uithalen(dat zij) uithaalden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
haal uithaalt uit
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
uithalend, uithalende(hebben) uitgehaald

Tradukoj

afrikansoontlok; uithaal
angladraw
esperantoeltiri
francaretirer
germanaentlocken; entziehen; extrahieren; zapfen; zücken
hispanaarrancar
katalunaarrancar
portugalatirar fora