Informatie over het woord Garten (Duits → Esperanto: ĝardeno)

Uitspraak/ˈɡartən/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefGartenGärten
GenitiefGartensGärten
DatiefGartenGärten
AccusatiefGartenGärten

Vertalingen

Afrikaanstuin
Albaneeskopsht
Catalaansjardí
Deenshave
Engelsgarden
Esperantoĝardeno
Faeröersurtagarður
Finspuutarha
Fransjardin
Grieksκήπος; κύπος
Hongaarskert
IJslandsgarður
Italiaansgiardino
Latijnhortus
LuxemburgsGaart
Maleiskebun
Nederlandstuin
Noorshave; hage
Papiamentshardin; hòfi
Poolsogród
Portugeeshorto; jardim
Roemeensgrădină; grădină
Russischсад
SaterfriesAnloage; Tuun
Schots-Gaelischgàradh
Spaansjardín
Sranandyari
Swahilibustani
Thaisสวน
Tsjechischzahrada
Turksbahçe
Welsgardd
Westerlauwers Friestún
Zweedsträdgård