Informo pri la vorto vooruitsteken (nederlanda → esperanto: elstari)

Prononco/voˈrœʏ̯tstekə(n)/
Dividovoor·uit·ste·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(hij) steekt vooruit(hij) stak vooruit
(zij) steken vooruit(zij) staken vooruit
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat hij) vooruitsteke(dat hij) vooruitstake
(dat zij) vooruitsteken(dat zij) vooruitstaken
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
vooruitstekend, vooruitstekende(hebben) vooruitgestoken

Tradukoj

afrikansouitsteek
anglaproject; protrude; stick out
danastritte
esperantoelstari
francadépasser
germanavorstehen
hispanasobresalir
katalunasobresortir
portugalaavançar; estar saliente; fazer saliência