Informatie over het woord verdragen (Nederlands → Esperanto: elporti)

Uitspraak/vərˈdraɣə(n)/
Afbrekingver·dra·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verdraag(ik) verdroeg
(jij) verdraagt(jij) verdroeg
(hij) verdraagt(hij) verdroeg
(wij) verdragen(wij) verdroegen
(gij) verdraagt(gij) verdroegt
(zij) verdragen(zij) verdroegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verdrage(dat ik) verdroege
(dat jij) verdrage(dat jij) verdroege
(dat hij) verdrage(dat hij) verdroege
(dat wij) verdragen(dat wij) verdroegen
(dat gij) verdraget(dat gij) verdroeget
(dat zij) verdragen(dat zij) verdroegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verdraagverdraagt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verdragend, verdragende(hebben) verdragen

Voorbeelden van gebruik

Over het algemeen verdroeg zij het vrij goed.
Koning Casmir kon het niet meer verdragen.

Vertalingen

Afrikaansstaan; uithou
Duitsaushalten; austragen
Engelsbear; endure; put up with; stand; suffer
Esperantoelporti
Portugeesaguentar; suportar; tolerar
Roemeensîndura; suferi
Saterfriesferdreege; häide; uutdreege; uuthoolde
Spaansaguantar hasta el fin
Westerlauwers Friesdrage