Informatie over het woord dragen (Nederlands → Esperanto: elporti)

Uitspraak/ˈdraɣə(n)/
Afbrekingdra·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) draag(ik) droeg
(jij) draagt(jij) droeg
(hij) draagt(hij) droeg
(wij) dragen(wij) droegen
(gij) draagt(gij) droegt
(zij) dragen(zij) droegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) drage(dat ik) droege
(dat jij) drage(dat jij) droege
(dat hij) drage(dat hij) droege
(dat wij) dragen(dat wij) droegen
(dat gij) draget(dat gij) droeget
(dat zij) dragen(dat zij) droegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
draagdraagt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dragend, dragende(hebben) gedragen

Vertalingen

Afrikaansstaan; uithou
Duitsaushalten; austragen
Engelsbear; suffer
Esperantoelporti
Portugeesaguentar; suportar; tolerar
Roemeensîndura; suferi
Saterfriesferdreege; häide; uutdreege; uuthoolde
Spaansaguantar hasta el fin
Westerlauwers Friesdrage