Informo pri la vorto afwijken (nederlanda → esperanto: aberacii)

Prononco/ˈɑfʋɛɪ̯kə(n)/
Dividoaf·wij·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) wijk af(ik) week af
(jij) wijkt af(jij) week af
(hij) wijkt af(hij) week af
(wij) wijken af(wij) weken af
(gij) wijkt af(gij) weekt af
(zij) wijken af(zij) weken af
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) afwijke(dat ik) afweke
(dat jij) afwijke(dat jij) afweke
(dat hij) afwijke(dat hij) afweke
(dat wij) afwijken(dat wij) afweken
(dat gij) afwijket(dat gij) afweket
(dat zij) afwijken(dat zij) afweken
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
wijk afwijkt af
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
afwijkend, afwijkende(zijn) afgeweken

Tradukoj

afrikansoafwyk
anglaaberrate; deviate
esperantoaberacii
feroabróta av; víkja frá
francaêtre aberrant
germanaaberrieren; abirren; abweichen; sich geistig verirren
islandavíkja
portugalaapresentar aberração