Informatie over het woord absolvi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingab·solv·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdabsolvas
Verleden tijdabsolvis
Toekomende tijdabsolvos
 
Voorwaardelijke wijs
absolvus
 
Gebiedende wijs
absolvu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdabsolvantaabsolvata
Verleden tijdabsolvintaabsolvita
Toekomende tijdabsolvontaabsolvota

Vertalingen

Afrikaanskwytskeld; loslaat; vergewe; vrylaat; vryspreek; vry verklaar
Catalaansabsoldre
Duitsabsolvieren; freisprechen; lossprechen
Engelsabsolve; acquit
Faeröersfyrigeva
Fransabsoudre; acquitter
Grieksαθωώνω
IJslandsfyrirgefa; sýkna; veita aflausn
Latijnabsolvere
Nederlandsabsolveren; de absolutie geven; vrijspreken
Portugeesabsolver
Saterfriesabsolvierje; äntbiende; fräispreeke; loosspreeke
Spaansabsolver