Informasie oor die woord absoluta

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Afbrekingab·so·lut·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefabsolutaabsolutaj
Akkusatiefabsolutanabsolutajn

Vertalinge

Afrikaansabsoluut
Albaniesabsolut
Deensabsolut
Duitsabsolut; beziehungslos; losgelöst; rein; unabhängig; uneingeschränkt; unumschränkt; unvermischt
Engelsabsolute; stark
Fransabsolu; complet; parfait; pur; véritable
Hongaarsabszolút; tökéletes
Katalaansabsolut
Latynabsolutus
Nederlandsabsoluut; je reinste; onvermengd; onvoorwaardelijk; puur; volstrekt; zuiver; bloot
Papiamentsapsoluto; absoluto
Poolsabsolutny; bezwzględny
Portugeesabsoluto
Saterfriesuunbedingd
Spaansabsoluto
Sweedsabsolut
Tsjeggiesabsolutní
Turksmutlak; tam
Wes‐Friesabslút
Yslandsalger