Informatie over het woord aanblik (Nederlands → Esperanto: eksteraĵo)

Uitspraak/ˈamblɪk/
Afbrekingaan·blik
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Vertalingen

DuitsÄußere; Außere; Exterieur; Habitus
Engelsexterior; outer part
Esperantoeksteraĵo
Fransaspect; spectacle; vue
Italiaansesteriore
Portugeesaparência; exterior
Russischвид
SaterfriesBuutere; Habitus
Spaansaspecto; vista
Westerlauwers Friesgesicht; oansjen