Information about the word uitvoeren (Dutch → Esperanto: eksporti)

Pronunciation/ˈœʏ̯tfuːrə(n)/
Hyphenationuit·voe·ren
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) voer uit(ik) voerde uit
(jij) voert uit(jij) voerde uit
(hij) voert uit(hij) voerde uit
(wij) voeren uit(wij) voerden uit
(gij) voert uit(gij) voerdet uit
(zij) voeren uit(zij) voerden uit
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) uitvoere(dat ik) uitvoerde
(dat jij) uitvoere(dat jij) uitvoerde
(dat hij) uitvoere(dat hij) uitvoerde
(dat wij) uitvoeren(dat wij) uitvoerden
(dat gij) uitvoeret(dat gij) uitvoerdet
(dat zij) uitvoeren(dat zij) uitvoerden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
voer uitvoert uit
Participles
Present participlePast participle
uitvoerend, uitvoerende(hebben) uitgevoerd

Usage samples

Rusland voert in mei geen benzine uit, omdat het land zelf kampt met tekorten.

Translations

Afrikaansuitvoer
Catalanexportar
Czechexportovat; vyvážet
Englishexport
Esperantoeksporti
Finnishviedä maasta
Germanausführen; exportieren
Papiamentoeksportá
Portugueseexportar
Saterland Frisianexportierje; uutfiere
Spanishexportar