Information über das Wort uitmelken (Niederländisch → Esperanto: ekspluati)

WortartVerb

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) melk uit(ik) molk uit
(jij) melkt uit(jij) molk uit
(hij) melkt uit(hij) molk uit
(wij) melken uit(wij) molken uit
(gij) melkt uit(gij) molkt uit
(zij) melken uit(zij) molken uit
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) uitmelke(dat ik) uitmolke
(dat jij) uitmelke(dat jij) uitmolke
(dat hij) uitmelke(dat hij) uitmolke
(dat wij) uitmelken(dat wij) uitmolken
(dat gij) uitmelket(dat gij) uitmolket
(dat zij) uitmelken(dat zij) uitmolken
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
melk uitmelkt uit
Partizipien
Erstes PartizipZweites Partizip
uitmelkend, uitmelkende(hebben) uitgemolken

Übersetzungen

Dänischudbytte
Deutschabbauen; ausbeuten; ausnutzen; exploitieren; nutzbar machen; nutzen
Englischexploit; leverage; take advantage of; utilize; work
Esperantoekspluati
Färöerischama út; eyðræna
Französischexploiter
Italienischsfruttare
Katalanischexplotar
Luxemburgischexploitéieren
Papiamentoeksplotá
Portugiesischexplorar
Saterfriesischpiegelje; plukje; uutnutsje
Spanischexplotar
Westfriesischeksploitearje