Informatie over het woord uitbarsten (Nederlands → Esperanto: eksplodi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) barst uit(ik) barstte uit
(jij) barst uit(jij) barstte uit
(hij) barst uit(hij) barstte uit
(wij) barsten uit(wij) barstten uit
(gij) barst uit(gij) barsttet uit
(zij) barsten uit(zij) barstten uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitbarste(dat ik) uitbarstte
(dat jij) uitbarste(dat jij) uitbarstte
(dat hij) uitbarste(dat hij) uitbarstte
(dat wij) uitbarsten(dat wij) uitbarstten
(dat gij) uitbarstet(dat gij) uitbarsttet
(dat zij) uitbarsten(dat zij) uitbarstten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitbarstend, uitbarstende(zijn) uitgebarsten

Vertalingen

Catalaansexplotar
Deenseksplodere
Duitsausbrechen; explodieren; in die Luft fliegen; in die Luft gehen; platzen; zerplatzen
Engelsexplode
Esperantoeksplodi
Faeröersbresta
Finsräjähtää
Fransexploser
Poolswybuchnąć
Portugeesestalar; explodir; fazer explosão; prorromper
Roemeensexploda
Russischвзрываться
Saterfriesexplodierje; platsje
Westerlauwers Friesûntploffe
Zweedsexplodera