Informatie over het woord gardi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekinggard·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdgardas
Verleden tijdgardis
Toekomende tijdgardos
 
Voorwaardelijke wijs
gardus
 
Gebiedende wijs
gardu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdgardantagardata
Verleden tijdgardintagardita
Toekomende tijdgardontagardota

Voorbeelden van gebruik

Li diris nenion pri tio al Rinkitinko, memorante,
ke lia patro ordonis, ke li gardu la sekreton de la
perloj kaj iliaj magiaj fortoj.

Vertalingen

Catalaansguardar
Deenspasse
Duitsbeaufsichtigen; beherrschen; behüten; beschützen; bewachen; bewahren; hüten; im Zaum halten; überwachen; wachen über; wahren
Engelsguard; keep; look after; preserve; safeguard; watch; watch over
Faeröersansa eftir; verja
Finsvartioida
Fransgarder; protéger
Nederlandsbewaken; bewaren; de wacht hebben; hoeden; waken over; waken; de wacht houden
Papiamentsvigilá
Portugeesguardar; velar; vigiar
Saterfriesbewoakje; woarje
Spaanscustodiar; guardar
Srananwakti
Westerlauwers Friesbeweitsje
Zweedsvakta