Informatie over het woord wegruimen (Nederlands → Esperanto: forigi)

Uitspraak/ˈʋɛɡrœʏ̯mə(n)/
Afbrekingweg·rui·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) ruim weg(ik) ruimde weg
(jij) ruimt weg(jij) ruimde weg
(hij) ruimt weg(hij) ruimde weg
(wij) ruimen weg(wij) ruimden weg
(gij) ruimt weg(gij) ruimdet weg
(zij) ruimen weg(zij) ruimden weg
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wegruime(dat ik) wegruimde
(dat jij) wegruime(dat jij) wegruimde
(dat hij) wegruime(dat hij) wegruimde
(dat wij) wegruimen(dat wij) wegruimden
(dat gij) wegruimet(dat gij) wegruimdet
(dat zij) wegruimen(dat zij) wegruimden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
ruim wegruimt weg
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wegruimend, wegruimende(hebben) weggeruimd

Voorbeelden van gebruik

Majoor Metcalf was Giles aan het helpen om de sneeuw van de achterdeur weg te ruimen.

Vertalingen

Afrikaansafruim; afskaf
Deensafskaffe; fjerne
Duitsabschaffen; aus dem Wege schaffen; beseitigen; entfernen; fortschaffen; wegbringen
Engelsdelete; dispense with; do away with; get rid of; remove; rid; scrap; abolish
Esperantoforigi
Faeröersbeina burtur
Fransôter; supprimer
Italiaansabolire
Latijnrelegare
Portugeesafastar; banir
Roemeensîndepărta; înlătura
Saterfriesouschafje; ouskafje; wächbrange; wächhoalje
Spaanseliminar
Turksayrılmak
Westerlauwers Friesôfskaffe; ôftankje