Informatie over het woord partij (Nederlands → Esperanto: ludo)

Uitspraak/pɑrˈtɛɪ̯/
Afbrekingpar·tij
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Voorbeelden van gebruik

In de tweede partij die woensdag in de groep wordt gespeeld, staat Isner tegenover Marin Čilić.

Vertalingen

Afrikaansspelletjie
Albaneeslojë
Catalaansjoc
Deensleg; spil
DuitsAufführung; Spiel
Engelsgame
Esperantoludo
Faeröersspæl
Fransjeu
Hongaarsjáték
Italiaansgiuoco
LuxemburgsSpill
Noorsspill
Papiamentswega; hungamento; hungamentu
Portugeesjogo
SaterfriesApfierenge; Spil
Spaansjuego
Tsjechischhra
Westerlauwers Friesboartsjen
Zweedslek; spel