Informatie over het woord navorsen (Nederlands → Esperanto: esplori)

Uitspraak/ˈnavɔrsə(n)/
Afbrekingna·vor·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vors na(ik) vorste na
(jij) vorst na(jij) vorste na
(hij) vorst na(hij) vorste na
(wij) vorsen na(wij) vorsten na
(gij) vorst na(gij) vorstet na
(zij) vorsen na(zij) vorsten na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) navorse(dat ik) navorste
(dat jij) navorse(dat jij) navorste
(dat hij) navorse(dat hij) navorste
(dat wij) navorsen(dat wij) navorsten
(dat gij) navorset(dat gij) navorstet
(dat zij) navorsen(dat zij) navorsten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vors navorst na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
navorsend, navorsende(hebben) nagevorst

Vertalingen

Afrikaansondersoék; verken
Catalaansexaminar; explorar; indagar
Deensundersøge
Duitsausforschen; erforschen; forschen; unterforschen; untersuchen
Engelsexplore; investigate
Esperantoesplori
Faeröerskanna; rannsaka
Finstutkia
Fransexaminer; explorer; fouiller; rechercher; reconnaître
Papiamentsaberiguá; investigá
Portugeesbuscar; escavar; explorar; investigar; pesquisar
Roemeenscerceta; explora
Saterfriesfoarskje; unnersäike; uutfoarskje
Spaansexaminar; explorar
Tsjechischprohlížet; prozkoumat; zkoumat
Turksaraştırmak