Informatie over het woord aaneengesloten (Nederlands → Esperanto: densa)

Uitspraak/aˈneŋɣəslotə(n)/
Afbrekingaan·een·ge·slo·ten
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Voorbeelden van gebruik

Een grote aaneengesloten groep bomen noemt men een bos.

Vertalingen

Afrikaansdig
Catalaansdens
Deenstæt
Duitsdicht; gedrängt; geschlossen
Engelsconcentrated; condensed; dense; thick
Esperantodensa
Faeröerstjúkkur; tættur
Finstiheä
Fransdense
Hongaarssűrű
Italiaansdenso
Portugeesbasto; cerrado; compacto; denso; espesso
Russischгустой
Saterfriessleeten; ticht; tjuk
Spaansdenso; espeso