Informatie over het woord opstellen (Nederlands → Esperanto: starigi)

Uitspraak/ˈɔpstɛlə(n)/
Afbrekingop·stel·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stel op(ik) stelde op
(jij) stelt op(jij) stelde op
(hij) stelt op(hij) stelde op
(wij) stellen op(wij) stelden op
(gij) stelt op(gij) steldet op
(zij) stellen op(zij) stelden op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) opstelle(dat ik) opstelde
(dat jij) opstelle(dat jij) opstelde
(dat hij) opstelle(dat hij) opstelde
(dat wij) opstellen(dat wij) opstelden
(dat gij) opstellet(dat gij) opsteldet
(dat zij) opstellen(dat zij) opstelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stel opstelt op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
opstellend, opstellende(hebben) opgesteld

Vertalingen

Afrikaansinstel
Catalaansaixecar; emplaçar; erigir; instituir
Duitsaufrichten; aufschlagen; aufstellen; gründen; herstellen; zurichten
Engelserect; pitch; set up; stand
Esperantostarigi
Faeröersreisa upp; seta upp
Finspystyttää
Luxemburgsopriichten
Maleismembangunkan
Poolspostawić
Portugeesarvorar; erguer; erigir; estabelecer; fundar; levantar; pôr de pé
Spaanserguir; erigir; estatuir; levantar