Informatie over het woord trosbes (Nederlands → Esperanto: ruĝa ribo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈtrɔzbɛs/
Afbrekingtros·bes

Vertalingen

Afrikaansaalbessie; rooi aalbes
Catalaansgrosella; riba; riba vermella
Deensribs
DuitsJohannisbeere; Garten‐Johannisbeere; rote Johannisbeere
Engelsred currant
Esperantoruĝa ribo
Finslännenpunaherukka; punaherukka
Hongaarskerti ribiszke
IJslandsrifsber
Italiaansribes rosso
Noorshagerips
Russischсмородина
SaterfriesSäntjansbäie
Spaansgrosella
Westerlauwers Friesreade bei; strinkjebei
Zweedsvinbär; röda vinbär; trädgårdsvinbär