Informatie over het woord uitkraaien (Nederlands → Esperanto: ekkrii)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kraai uit(ik) kraaide uit
(jij) kraait uit(jij) kraaide uit
(hij) kraait uit(hij) kraaide uit
(wij) kraaien uit(wij) kraaiden uit
(gij) kraait uit(gij) kraaidet uit
(zij) kraaien uit(zij) kraaiden uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitkraaie(dat ik) uitkraaide
(dat jij) uitkraaie(dat jij) uitkraaide
(dat hij) uitkraaie(dat hij) uitkraaide
(dat wij) uitkraaien(dat wij) uitkraaiden
(dat gij) uitkraaiet(dat gij) uitkraaidet
(dat zij) uitkraaien(dat zij) uitkraaiden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
kraai uitkraait uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitkraaiend, uitkraaiende(hebben) uitgekraaid

Vertalingen

Afrikaansuitroep
Duitsaufschreien; ausrufen; losschreien
Engelscall out; exclaim; yelp
Esperantoekkrii
Spaansexclamar
Tsjechischvykřiknout; zvolat