Information about the word betonen (Dutch → Esperanto: montri)

Part of speechverb
Pronunciation/bəˈtonə(n)/
Hyphenationbe·to·nen

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) betoon(ik) betoonde
(jij) betoont(jij) betoonde
(hij) betoont(hij) betoonde
(wij) betonen(wij) betoonden
(gij) betoont(gij) betoondet
(zij) betonen(zij) betoonden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) betone(dat ik) betoonde
(dat jij) betone(dat jij) betoonde
(dat hij) betone(dat hij) betoonde
(dat wij) betonen(dat wij) betoonden
(dat gij) betonet(dat gij) betoondet
(dat zij) betonen(dat zij) betoonden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
betoonbetoont
Participles
Present participlePast participle
betonend, betonende(hebben) betoond

Usage samples

Als wij ze niet spoedig vinden, zullen wij van geen nut meer voor hen zijn, behalve om naast hen te gaan zitten en onze vriendschap te betonen door samen met hen te verhongeren.

Translations

Afrikaansaandui; toon; vertoon; wys
Catalanassenyalar; ensenyar; indicar; mostrar
Danishvise
Englishmanifest; show
English (Old English)iewan; ætiewan
Esperantomontri
Faeroesesýna; vísa
Finnishnäyttää
Frenchdésigner; indiquer; montrer
Germanangeben; weisen; anweisen; hinweisen; zeigen
Italianmostrare
Latinmonstrare
Papiamentomunstra; mustra
Polishpokazać
Portugueseapontar; assinalar; mostrar
Saterland Frisiananreeke; anwiese; waiwiese; wiese
Scottish Gaelicfeuch
Spanishenseñar; indicar; mostrar; señalar
Sranansori
Swahili‐toa
Swedishuppvisa
Thaiชี้; ชี้ให้เห็น
West Frisianoantsjutte; oanwize