Ynformaasje oer it wurd bemachtigen (Nederlânsk → Esperanto: ekkapti)

Utspraak/bəˈmɑxtəɣə(n)/
Ofbrekingbe·mach·ti·gen
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) bemachtig(ik) bemachtigde
(jij) bemachtigt(jij) bemachtigde
(hij) bemachtigt(hij) bemachtigde
(wij) bemachtigen(wij) bemachtigden
(gij) bemachtigt(gij) bemachtigdet
(zij) bemachtigen(zij) bemachtigden
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) bemachtige(dat ik) bemachtigde
(dat jij) bemachtige(dat jij) bemachtigde
(dat hij) bemachtige(dat hij) bemachtigde
(dat wij) bemachtigen(dat wij) bemachtigden
(dat gij) bemachtiget(dat gij) bemachtigdet
(dat zij) bemachtigen(dat zij) bemachtigden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
bemachtigbemachtigt
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
bemachtigend, bemachtigende(hebben) bemachtigd

Foarbylden fan gebrûk

Kunnen wij dat zilver dan niet op een andere manier bemachtigen?
Nu is hij weer weggegaan, want er is weinig buit te bemachtigen op het ogenblik.

Oarsettingen

Afrikaanskbemagtig; gryp; aangryp
Deenskgribe
Dútskangreifen; auffangen; ergreifen; greifen; zugreifen; zupacken
Esperantoekkapti
Frânskagripper; saisir
Fryskbeetkrije; beetpakke; gripe
Ingelskseize
Ingelsk (Aldingesk)gripan
Italjaanskafferrare
Papiamintskkohe; koi
Sealterfryskgriepe; oungriepe; pakje
Spaanskagarrar; apoderarse de; asir; coger
Surinaamskgrabu
Tsjechyskchytit; uchopit