Information about the word beschrijven (Dutch → Esperanto: desegni)

Part of speechverb
Pronunciation/bəˈsxrɛɪ̯və(n)/
Hyphenationbe·schrij·ven

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) beschrijf(ik) beschreef
(jij) beschrijft(jij) beschreef
(hij) beschrijft(hij) beschreef
(wij) beschrijven(wij) beschreven
(gij) beschrijft(gij) beschreeft
(zij) beschrijven(zij) beschreven
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) beschrijve(dat ik) beschreve
(dat jij) beschrijve(dat jij) beschreve
(dat hij) beschrijve(dat hij) beschreve
(dat wij) beschrijven(dat wij) beschreven
(dat gij) beschrijvet(dat gij) beschrevet
(dat zij) beschrijven(dat zij) beschreven
Imperative mood
Singular/PluralPlural
beschrijfbeschrijft
Participles
Present participlePast participle
beschrijvend, beschrijvende(hebben) beschreven

Usage samples

Shimrods zwaard beschreef een wijde boog die zeker Torquals hoofd van diens romp zou hebben gescheiden, als hij doel getroffen had.
Ten oosten achter Weertop veranderde hij zijn loop en beschreef een grote bocht naar het noorden.

Translations

Afrikaansafteken; teken
Catalandibuixar
Czechkreslit; nakreslit; narýsovat; rýsovat
Danishtegne
Englishdraw
Esperantodesegni
Faeroesetekna
Finnishpiirtää
Frenchdessiner
Germanabmalen; abzeichnen; entwerfen; malen; skizzieren; zeichnen
Hungarianrajzol
Italiandisegnare
Papiamentopinta; tek
Portuguesedescrever; desenhar; traçar
Romaniandesena
Saterland Frisianouteekenje; teekenje
Spanishdibujar
Swedishrita; teckna
Thaiเขียนแบบ
West Frisiantekenje