Informatie over het woord viseter (Nederlands → Esperanto: fiŝmanĝulo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈvɪsɛtər/
Afbrekingvis·e·ter
Geslachtmanlijk
Meervoudviseters

Voorbeelden van gebruik

Als pure viseter moet hij het hebben van open water.

Vertalingen

Esperantofiŝmanĝulo