Informatie over het woord aangaan (Nederlands → Esperanto: ekbruli)

Uitspraak/ˈaŋɣan/
Afbrekingaan·gaan
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) gaat aan(hij) ging aan
(zij) gaan aan(zij) gingen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) aanga(dat hij) aanginge
(dat zij) aangaan(dat zij) aangingen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aangaand, aangaande(zijn) aangegaan

Voorbeelden van gebruik

Hij zuchtte en wierp een blik op het slot in de verte waar nu de eerste lichtjes aangingen.

Vertalingen

Duitsentbrennen; in Brand geraten
Engelsburn; light; take fire
Esperantoekbruli
Franss’allumer
Portugeescomeçar a queimar
Saterfriestunderje
Westerlauwers Friesoangean