Informatie over het woord halten (Duits → Esperanto: teni)

Uitspraak/ˈhaltən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) halte(ich) hielt
(du) hältst(du) hieltest, hieltst
(er) haltet(er) hielt
(wir) halten(wir) hielten
(ihr) haltet(ihr) hieltet
(sie) halten(sie) hielten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) halte(ich) hielte
(du) haltest(du) hieltest
(er) halte(er) hielte
(wir) halten(wir) hielten
(ihr) haltet(ihr) hieltet
(sie) halten(sie) hielten
Gebiedende wijs
(du) halte
(ihr) haltet
halten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
haltend(haben) gehalten

Voorbeelden van gebruik

Sie stand auf Zehenspitzen und hielt in ihren ausgestreckten Händen eine silberne Schale.

Vertalingen

Afrikaansaanhou; behou; hou; vashou
Catalaansaguantar; mantenir; retenir; sostenir; suportar; tenir
Deensbevare; holde
Engelshold; keep
Engels (Oudengels)healdan
Esperantoteni
Faeröershalda; taka um
Finspitää
Franstenir
Hongaarstartani
Italiaanstenere
Jiddischהאַלטן
Latijnhabere; tenere
Luxemburgshalen
Maleismemegang; pegang
Nederlandsbijhouden; houden; vasthouden; voeren; huldigen
Noorsholde
Papiamentsnister; tene
Poolstrzymać
Portugeesconservar; guardar; manter; segurar; sustenar; ter
Roemeensține
Russischдержать
Saterfriesaphoolde; hoolde
Schots-Gaelischcum; cùm
Spaanstener
Srananori
Thaisเก็บ; เก็บไว้; ถือ; จับไว้
Tsjechischdržet
Turkstutmak
Westerlauwers Frieshâlde
Zweedsbehålla; hålla