Informatie over het woord naslaan (Nederlands → Esperanto: serĉi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnaslan/
Afbrekingna·slaan

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) sla na(ik) sloeg na
(jij) slaat na(jij) sloeg na
(hij) slaat na(hij) sloeg na
(wij) slaan na(wij) sloegen na
(gij) slaat na(gij) sloegt na
(zij) slaan na(zij) sloegen na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nasla(dat ik) nasloege
(dat jij) nasla(dat jij) nasloege
(dat hij) nasla(dat hij) nasloege
(dat wij) naslaan(dat wij) nasloegen
(dat gij) naslaat(dat gij) nasloeget
(dat zij) naslaan(dat zij) nasloegen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sla naslaat na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
naslaand, naslaande(hebben) nageslagen

Vertalingen

Afrikaanssoek
Catalaansbuscar; cercar
Deenssøge
Duitsausschauen nach; suchen; aufsuchen; ausschauen
Engelsbe after; look for; search for; seek
Engels (Oudengels)secan
Esperantoserĉi
Faeröersleita eftir
Finsetsiä
Franschercher; railler
Italiaanscercare
Maleiscari
Papiamentsbuska; rista
Portugeesbuscar; investigar; procurar
Saterfriesapsäike; säike; uutkiekje ätter
Schots-Gaelischiarr
Spaansbuscar
Sranansuku
Swahili‐tafuta
Thaisหา
Tsjechischhledat; pátrat
Turksaramak
Zweedsleta; söka