Informatie over het woord schätzen (Duits → Esperanto: taksi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) schätze(ich) schätzte
(du) schätzt(du) schätztest
(er) schätzt(er) schätzte
(wir) schätzen(wir) schätzten
(ihr) schätzt(ihr) schätztet
(sie) schätzen(sie) schätzten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) schätze(ich) schätzte
(du) schätzest(du) schätztest
(er) schätze(er) schätzte
(wir) schätzen(wir) schätzten
(ihr) schätzet(ihr) schätztet
(sie) schätzen(sie) schätzten
Gebiedende wijs
(du) schätze
(ihr) schätzt
schätzen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schätzend(haben) geschätzt

Vertalingen

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalaansapreciar; avaluar; prear; taxar
Deensbedømme; vurdere
Engelsassess; estimate; rate; value
Esperantotaksi
Faeröersmeta
Finsarvioida
Fransapprécier; estimer; évaluer; taxer
Italiaansapprezzare; stimare; valutare
Latijnaestimare; appretiare; censere; taxare
Maleismenaksir; taksir
Nederlandsbegroten; inschatten; schatten; taxeren; aanslaan; waarderen; ramen
Papiamentsbalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Poolsoceniać
Portugeesajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Roemeensaprecia; evalua
Saterfriesbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spaansapreciar; estimar; evaluar; tasar
Thaisหมาย; ประมาณ; เดา
Tsjechischcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Westerlauwers Friesrûze; skatte
Zweedsberäkna; taxera; uppskatta; värdera