Informatie over het woord opbouwen (Nederlands → Esperanto: konstrui)

Basis

Uitspraak/ˈɔbɑuʋə(n)/
Afbrekingop·bou·wen
Woordsoortwerkwoord

Voorbeelden van gebruik

Omdat ik zo jong ben, bouw ik nog lang pensioen op.

Vertalingen

Afrikaansbou
Albaneeskonstruktoj
Catalaansconstruir
Deensbygge; konstruere
Duitsaufbauen; bauen; erbauen; konstruieren; anlegen; bauen lassen; errichten
Engelsconstruct
Engels (Oudengels)atimbran; getimbran
Esperantokonstrui
Faeröersbyggja; gera; smíða
Finsrakentaa
Fransbâtir; construire; poser
Hongaarsépít
IJslandsbyggja; smíða
Italiaanscostruire
Latijnedificare
Luxemburgsbauen
Noorsbygge
Papiamentskonstruí; traha
Poolsbudować
Portugeesconstruir; edificar; erigir
Roemeensconstrui; înălța
Russischвозводить
Saterfriesapbaue; baue; konstruierje
Spaansconstruir; edificar; redactar
Srananbow
Thaisก่อ; สร้าง
Westerlauwers Frieskonstruearje
Zweedsbygga