Informatie over het woord sluiten (Nederlands → Esperanto: kontrakti)

Uitspraak/ˈslœʏ̯tə(n)/
Afbrekingslui·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) sluit(ik) sloot
(jij) sluit(jij) sloot
(hij) sluit(hij) sloot
(wij) sluiten(wij) sloten
(gij) sluit(gij) sloot
(zij) sluiten(zij) sloten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) sluite(dat ik) slote
(dat jij) sluite(dat jij) slote
(dat hij) sluite(dat hij) slote
(dat wij) sluiten(dat wij) sloten
(dat gij) sluitet(dat gij) slotet
(dat zij) sluiten(dat zij) sloten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sluitsluit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
sluitend, sluitende(hebben) gesloten

Vertalingen

Catalaanscontractar
Duitsabschließen; einen Vertrag schließen; einen Vertrag abschließen; vertraglich vereinbaren
Engelsenter into a contract; make a contract
Esperantokontrakti
Franscontracter; s’engager
Italiaansconcludere
Papiamentskontratá
Portugeesajustar; contratar; fretar
Saterfriesn Ferdraach sluute
Spaansajustar; contratar; destajar