Informatie over het woord vrouw (Nederlands → Esperanto: edzino)

Uitspraak/vrɑʊ̯/
Afbrekingvrouw
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk
Meervoudvrouwen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
vrouwtjevrouwtjes

Voorbeelden van gebruik

Maar als mijn vrouw nu eens weigert te betalen?
Dit is mijn vrouw.
Nu is er een man die mij als vrouw wenst te nemen.
Hij moet een vrouw hebben die kan werken.
Zodra de mormoon weer adem kon halen, vroeg Passepartout hem beleefd hoeveel vrouwen hij wel had.

Vertalingen

Afrikaansgade; vrou
Albaneesgrua
Catalaansdona
Deenshustru; kone; ægtefælle
DuitsFrau; Gattin; Gemahlin
Engelswife
Engels (Oudengels)wif
Esperantoedzino
Faeröersektakona; kona
Fransépouse; femme
Grieksγυναίκα; σύζυγος
Hawaiaanswahine
Hongaarsfeleség
IJslandseiginkona; kona
Italiaansmoglie
Jiddischווײַב; פֿרױ
Latijnuxor; mulier
LuxemburgsFra
Maleisisteri; istri
Noorsektefelle; kone; hustru
Papiamentsesposa; kasá; señora
Poolsżona
Portugeesesposa; mulher
Roemeenssoție
Russischжена; супруга
SaterfriesMoanske
Schots-Gaelischbean; bean phósta
Spaansesposa; mujer
Srananwefi; frow
Swahilimke
Thaisภรรยา; เมีย
Tsjechischmanželka; žena
Turksavrat; eş; karı
Westerlauwers Friesfrou; wiif
Zweedsfru; hustru; maka; äkta maka