Information about the word aanslaan (Dutch → Esperanto: starti)

Pronunciation/ˈanslan/
Hyphenationaan·slaan
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) slaat aan(hij) sloeg aan
(zij) slaan aan(zij) sloegen aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) aansla(dat hij) aansloege
(dat zij) aanslaan(dat zij) aansloegen
Participles
Present participlePast participle
aanslaand, aanslaande(zijn) aangeslagen

Usage samples

Doch tot zijn grote verrassing hoorde hij de motor aanslaan en toen schoot het voertuig met luid geronk het oerwoud in.

Translations

Afrikaansvat
Catalancomençar; engegar‐se
Englishstart
Esperantostarti
Frenchdémarrer; partir
Portuguesearrancar; partir; pôr‐se em marcha; pôr‐se em movimento
Spanisharrancar; partir; salir
West Frisianstarte