Information about the word optekenen (Dutch → Esperanto: noti)

Pronunciation/ˈɔptekənə(n)/
Hyphenationop·te·ke·nen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) teken op(ik) tekende op
(jij) tekent op(jij) tekende op
(hij) tekent op(hij) tekende op
(wij) tekenen op(wij) tekenden op
(gij) tekent op(gij) tekendet op
(zij) tekenen op(zij) tekenden op
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) optekene(dat ik) optekende
(dat jij) optekene(dat jij) optekende
(dat hij) optekene(dat hij) optekende
(dat wij) optekenen(dat wij) optekenden
(dat gij) optekenet(dat gij) optekendet
(dat zij) optekenen(dat zij) optekenden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
teken optekent op
Participles
Present participlePast participle
optekenend, optekenende(hebben) opgetekend

Usage samples

Laat dit vonnis worden opgetekend en voorgelezen, opdat niemand onwetendheid kan voorwenden.
Laat het aldus opgetekend worden in de officiële stukken.
Welke naam kan ik optekenen in mijn register?

Translations

Afrikaansopteken
Catalananotar; apuntar; memoritzar
Czechpoznamenat
Englishnote; write down
Esperantonoti
Frenchnoter
Germananmerken; aufschreiben; aufzeichnen; notieren
Latinannotare
Papiamentonota
Portugueseescrever nota sobre; tomar nota de
Russianзаписать; записывать
Saterland Frisianapschrieuwe; apskrieuwe; apteekenje; notierje
Spanishanotar; apuntar; notar
Swedishannotera; anteckna; notera
Thaiเขียน; เขียนลง; จด
West Frisianoantekenje