Information about the word aanslaan (Dutch → Esperanto: taksi)

Pronunciation/ˈanslan/
Hyphenationaan·slaan
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) sla aan(ik) sloeg aan
(jij) slaat aan(jij) sloeg aan
(hij) slaat aan(hij) sloeg aan
(wij) slaan aan(wij) sloegen aan
(gij) slaat aan(gij) sloegt aan
(zij) slaan aan(zij) sloegen aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aansla(dat ik) aansloege
(dat jij) aansla(dat jij) aansloege
(dat hij) aansla(dat hij) aansloege
(dat wij) aanslaan(dat wij) aansloegen
(dat gij) aanslaat(dat gij) aansloeget
(dat zij) aanslaan(dat zij) aansloegen
Participles
Present participlePast participle
aanslaand, aanslaande(hebben) aangeslagen

Usage samples

Slaan ze Matt Palmer zo hoog aan?

Translations

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalanapreciar; avaluar; prear; taxar
Czechcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Danishbedømme; vurdere
Englishassess; estimate; rate
Esperantotaksi
Faeroesemeta
Finnisharvioida
Frenchapprécier; estimer; évaluer; taxer
Germanabschätzen; bewerten; einschätzen; schätzen
Italianapprezzare; stimare; valutare
Latinaestimare; appretiare; censere; taxare
Malaymenaksir; taksir
Papiamentobalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Polishoceniać
Portugueseajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Romanianaprecia; evalua
Saterland Frisianbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spanishapreciar; estimar; evaluar; tasar
Swedishberäkna; taxera; uppskatta; värdera
Thaiหมาย; ประมาณ; เดา
West Frisianrûze; skatte