Informatie over het woord oplichten (Nederlands → Esperanto: levi)

Uitspraak/ˈɔplɪxtə(n)/
Afbrekingop·lich·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) licht op(ik) lichtte op
(jij) licht op(jij) lichtte op
(hij) licht op(hij) lichtte op
(wij) lichten op(wij) lichtten op
(gij) licht op(gij) lichttet op
(zij) lichten op(zij) lichtten op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) oplichte(dat ik) oplichtte
(dat jij) oplichte(dat jij) oplichtte
(dat hij) oplichte(dat hij) oplichtte
(dat wij) oplichten(dat wij) oplichtten
(dat gij) oplichtet(dat gij) oplichttet
(dat zij) oplichten(dat zij) oplichtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
licht oplicht op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
oplichtend, oplichtende(hebben) opgelicht

Voorbeelden van gebruik

Langzaam, en bang dat ze niets zou vinden, lichtte ze haar hoofdkussen op en zag een kleine zilveren kam liggen.
Juffrouw Politt lichtte de klopper op en klopte bescheiden op de deur van het villaatje.

Vertalingen

Afrikaansoptrek; stel; optel
Catalaansaixecar; alçar; elevar; enlairar
Deensløfte
Duitsaufheben; erheben; heben; zücken
Engelshoist; lift
Esperantolevi
Faeröershevja; lyfta; reisa
Finsnostaa
Fransélever; lever; soulever
Grieks (Oudgrieks)αἴρω
IJslandshefja; lyfta; reisa
Italiaansalzare
Latijnlevare
Papiamentshisa; subi
Portugeeselevar; erguer; suspender
Saterfriesaphieuwje; aplichte; aptille; beere; hieuwje; lichte; riskje; stämme
Schots-Gaelischàrdaich; tog
Spaansalzar; levantar
Westerlauwers Friesheffe
Zweedshissa; upphisa; upphäva; upphöja