Informatie over het woord opdoen (Nederlands → Esperanto: akiri)

Uitspraak/ˈɔbdun/
Afbrekingop·doen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) doe op(ik) deed op
(jij) doet op(jij) deed op
(hij) doet op(hij) deed op
(wij) doen op(wij) deden op
(gij) doet op(gij) deedt op
(zij) doen op(zij) deden op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) opdoe(dat ik) opdede
(dat jij) opdoe(dat jij) opdede
(dat hij) opdoe(dat hij) opdede
(dat wij) opdoen(dat wij) opdeden
(dat gij) opdoet(dat gij) opdedet
(dat zij) opdoen(dat zij) opdeden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
opdoend, opdoende(hebben) opgedaan

Voorbeelden van gebruik

Ik vraag me af waar mijn vader z’n buitengewone ontwikkeling opgedaan had.

Vertalingen

Afrikaansbehaal; verwerf; opdoen; verkry
Catalaansadquirir; aconseguir; obtenir
Duitsanschaffen; erlangen; erwerben; gewinnen; habhaft werden; sich erwerben
Engelsacquire; gain; get; obtain
Esperantoakiri
Faeröersfáa; útvega
Finshankkia
Fransacquérir; gagner; obtenir
Hongaarsmegszerez
Italiaansacquisire; ottenere
Papiamentsatkirí; haña; haya; optené
Portugeesadquirir; arranjar; obter
Russischприобретать
Saterfriesärloangje
Spaansadquirir; alcanzar; consequir; obtener
Turksalmak
Zweedsförvärva