Information about the word opnemen (Dutch → Esperanto: noti)

Pronunciation/ˈɔpnemə(n)/
Hyphenationop·ne·men
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) neem op(ik) nam op
(jij) neemt op(jij) nam op
(hij) neemt op(hij) nam op
(wij) nemen op(wij) namen op
(gij) neemt op(gij) naamt op
(zij) nemen op(zij) namen op
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) opneme(dat ik) opname
(dat jij) opneme(dat jij) opname
(dat hij) opneme(dat hij) opname
(dat wij) opnemen(dat wij) opnamen
(dat gij) opnemet(dat gij) opnamet
(dat zij) opnemen(dat zij) opnamen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
neem opneemt op
Participles
Present participlePast participle
opnemend, opnemende(hebben) opgenomen

Usage samples

De kelner nam de bestelling op en verdween.

Translations

Afrikaansopteken
Catalananotar; apuntar; memoritzar
Czechpoznamenat
Englishmake a note; note; write down
Esperantonoti
Frenchnoter
Germananmerken; aufschreiben; aufzeichnen; notieren
Latinannotare
Papiamentonota
Portugueseescrever nota sobre; tomar nota de
Russianзаписать; записывать
Saterland Frisianapschrieuwe; apskrieuwe; apteekenje; notierje
Spanishanotar; apuntar; notar
Swedishannotera; anteckna; notera
Thaiเขียน; เขียนลง; จด
West Frisianoantekenje